Samen bouwen aan de landbouw van morgen

| | |

Gilbert Sweep over de kracht van samenwerking binnen Stichting Groen Gas Etten-Leur.

De agrarische sector staat voor grote veranderingen. Wet- en regelgeving, de stikstofopgave en de omslag naar een duurzamer landbouwsysteem vragen om nieuwe keuzes. Tegelijkertijd ontstaan er kansen voor ondernemers die samenwerken, vernieuwen en op zoek gaan naar andere verdienmodellen.

Daarom investeert Brabants Bodem in ondernemers die nieuwe vormen van samenwerking ontwikkelen en verbinding leggen tussen landbouw, andere sectoren en de samenleving. Om deze ondernemers te ondersteunen, zijn twee praktijkcasussen onderzocht. De uitkomsten bieden waardevolle inzichten en praktische handvatten voor iedereen die werkt aan een toekomstbestendig agrarisch bedrijf. Naar het rapport*.

We spreken Gilbert Sweep, namens Stichting Groen Gas Etten-Leur. Dit collectief van 25 veehouders uit en rondom Etten-Leur werkt aan een gezamenlijke monomestvergister om de uitstoot van stikstof, methaan en CO₂ te verminderen én toekomstperspectief te creëren voor de aangesloten bedrijven. Sweep vertelt hoe deze samenwerking tot stand kwam, welke uitdagingen daarbij komen kijken en welke lessen andere ondernemers uit hun ervaring kunnen meenemen.

Kun je iets vertellen over Stichting Groen Gas Etten-Leur?
"Wij zijn een collectief van 25 veehouders, voornamelijk melkveehouders, uit en rondom Etten-Leur. Ons gezamenlijke doel is om toekomstperspectief te creëren voor onze bedrijven. Het initiatief is ontstaan vanuit de gemeente Etten-Leur en de lokale ZLTO-afdeling. We geloven dat een collectieve monomestvergister een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van onze bedrijven én aan het verdienvermogen voor de toekomst."

Waarom hebben jullie gekozen voor een gezamenlijke aanpak?
"De vraag was eigenlijk: hoe kunnen we als ondernemers voldoen aan de opgaven rondom stikstof, methaan en CO₂ én tegelijkertijd economisch gezond blijven? Samen kunnen we iets realiseren wat individueel nauwelijks haalbaar is.
Uit een uitgebreide haalbaarheidsstudie samen met ZLTO bleek dat een collectief technisch, organisatorisch én economisch kansrijk is. De installatie kan jaarlijks 100.000 ton mest verwerken tot groen gas, terwijl tegelijkertijd de uitstoot van ammoniak, methaan en CO₂ aanzienlijk afneemt. Dat maakt dit veel meer dan alleen een energieproject; het is een toekomstproject voor onze bedrijven."

Wat is op dit moment de grootste uitdaging?
"De techniek is er, de ondernemers zijn er en de businesscase staat. De grootste uitdaging zit op dit moment in de regelgeving. Voor het systeem is dagontmesting op de deelnemende bedrijven essentieel, maar die maatregel is nog niet opgenomen in de Brabantse regelgeving. Daardoor ontbreekt de juridische basis die nodig is voor vergunningen en subsidieaanvragen. Dat is op dit moment de belangrijkste hobbel."

Welke adviezen hebben jullie onderweg gekregen die jullie in de beginfase niet hadden voorzien?
"Tijdens het traject hebben we waardevolle inzichten opgedaan. Zo bleek dat een locatie op een industrieterrein veel voordelen biedt ten opzichte van het buitengebied. Daar kunnen we gebruikmaken van restwarmte uit de omgeving, wat het vergistingsproces optimaliseert, en zijn de mogelijkheden voor een stroomaansluiting gunstiger.

Daarnaast zijn er ontwikkelingen in de wet- en regelgeving die we hadden gehoopt, maar niet direct hadden verwacht. Zo lijkt Renure als kunstmestvervanger een plek te krijgen in de regelgeving en komt er een bijmengverplichting voor groen gas. Beide ontwikkelingen versterken de haalbaarheid van ons project. Ook biedt een koepelvergunning – een collectieve vergunning voor de installatie én de deelnemende veehouderijen – mogelijk nieuwe kansen. En misschien wel het belangrijkste: steeds meer partijen zijn bereid om naast ons te staan en samen te werken aan het slagen van dit lokale initiatief."

Welke organisatorische lessen kunnen andere ondernemers meenemen?
"Uit het organisatorisch onderzoek kwam duidelijk naar voren dat een coöperatie voor ons de meest passende samenwerkingsvorm is. Daarmee kunnen toetreding en uittreding van veehouders goed worden geregeld en is het mogelijk verschillende vormen van lidmaatschap in te richten, afhankelijk van de gewenste inspraak en zeggenschap.
Daarnaast kan een coöperatie, met de juiste statuten, een belangrijke rol spelen binnen een toekomstige koepelvergunning. In combinatie met een stichting biedt deze rechtsvorm bovendien mogelijkheden voor lokale financiële participatie, zowel door inwoners uit de omgeving als door leden van de lokale energiecoöperatie. Dat maakt goede samenwerking uiteindelijk de sleutel tot succes."

* In november 2023 heeft de gemeente Etten‑Leur het initiatief genomen om de mogelijkheden voor groen gasproductie in de regio te verkennen. In samenwerking met ZLTO is vanaf 2024 gewerkt aan een diepgaande haalbaarheidsstudie naar een collectieve monomestvergistingsinstallatie voor circa 25 melkveehouders in Etten‑Leur en omgeving.

Uit de quickscan, locatieonderzoeken, individuele bedrijfsanalyses en businesscaseberekeningen is duidelijk geworden dat het collectief technisch, organisatorisch en economisch haalbaar kan opereren. De beoogde installatie op bedrijventerrein Vosdonk kan jaarlijks 100.000 ton dagverse mest verwerken tot circa 2 miljoen Nm³ groen gas, 1,15 miljoen Nm³ CO₂, en ammoniumsulfaat als kunstmestvervanger. De gecombineerde stal- en vergistingsmaatregelen leiden tot aanzienlijke emissiereducties:
- 60–70% ammoniakreductie in de stal en bij aanwending (via dagontmesting).
- 90% methaanreductie uit mest.
- CO₂-reductie ruim 12.000 ton/jaar.
- Stikstofreductie circa 50 ton NH₃ per jaar.

Over het rapport

Brabants Bodem heeft onderzoek laten doen naar juridische en fiscale samenwerkingsvormen ter zake van maatschappelijk verantwoorde exploitatie van agrarische bedrijven. 

De agrarische sector bevindt zich in een ingrijpende transitie. Ondernemers staan voor uitdagingen door veranderende wet- en regelgeving, de stikstofopgave, de verduurzamingsopgave en de omslag naar kringlooplandbouw. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe kansen, zoals innovatieve verdienmodellen, alternatieve vormen van grondgebruik en samenwerking tussen boeren, ondernemers en burgers. Daarom investeert Brabants Bodem in ondernemers die nieuwe vormen van samenwerking ontwikkelen en verbinding leggen tussen landbouw, andere sectoren en de samenleving.

Deze ontwikkelingen roepen ook vragen op over onder meer mestwetgeving, subsidiemogelijkheden, aansprakelijkheid, samenwerkingsafspraken en fiscale gevolgen. Om ondernemers hierbij te ondersteunen, zijn twee praktijkcasussen nader onderzocht. * Lees hier het volledige rapport